Nationaal nieuws




Liever eerlijk en rechtlijnig (deel 1/2)

Dat politici nu over elkaar struikelen om te zeggen hoe erg ze de hoge ontslagvergoedingen van financiële toplui vinden, en manieren zoeken om die vergoedingen te beknotten, is volgens Jan Jambon niets meer dan populisme. Het bedrijfsleven is niet gebaat bij maximumlonen, maar bij meer transparantie.

Exorbitante vergoedingen zijn inderdaad een schande

Politici vielen de voorbije dagen over elkaar heen in hun strijd om de gunst van de 'vox populi', of alleszins, wat daarvoor moet doorgaan. Om ter felst, om ter strafst uithalen naar de zogenaamde zakkenvullers: de ondernemers. Zij zijn meteen de zondebok voor de hele financiële crisis, terwijl de politici hun handen wassen in onschuld. Even vergeten hoeveel politici er in de raad van bestuur van de noodlijdende banken en verzekeraars zitten en die nooit aan de alarmbel hebben getrokken? Even vergeten dat de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, vol ex-kabinetschefs van Didier Reynders, eveneens de financiële crisis niet had zien aankomen, noch de Nationale Bank noch de minister van Financiën zelf? Die laatste werd door de huidige premier zelfs de 'slechtste minister van Financiën ooit' genoemd. Maar neen, de ondernemers en topmanagers, alleen hen treft schuld.

Als fractieleider van de N-VA in de Kamer liet ik donderdag duidelijk een dissonant geluid horen. Maar laat me eerst één ding heel duidelijk stellen. Vind ik het kunnen dat Mittler met een opzegvergoeding van 4 miljoen euro naar huis vertrekt? Neen. Ik ben van mening dat de betrokkene zelf, maar vooral zijn (ex-)werkgever daarmee deontologisch ver over de schreef gaat. Ook ik ben tegen zulke exorbitante ontslagvergoedingen. Die zijn inderdaad een schande.

Maar dat maakt mij nog geen voorstander van overheidsregeltjes die zeggen hoeveel iemand mag verdienen of hoe hoog de opzegvergoeding moet zijn. De overheid moet minima opleggen, om de mensen te beschermen, maar geen maxima.

Het is ook typisch voor de politiek in dit land dat telkens als er een grote brand uitbreekt, men plots overhaast en in paniek allerlei maatregelen neemt waarvan later, als het stof gaan liggen is, blijkt dat ze totaal ondoeltreffend of zelfs contra-productief zijn. We hebben hetzelfde meegemaakt na de vreselijke moordpartij van Hans Van Themsche: het parlement stemde toen in paniek een wapenwet die nog geen jaar later alweer aangepast moest worden. Gewoon om aan de bevolking te tonen dat men zogezegd daadkrachtig optreedt. Dit is geen goed bestuur, integendeel.

Gaan we bovendien ... (deel 2)