Nationaal nieuws



Tijdschrift van het Vormingsinstituut Wies Moens vzw
Verschijnt zeswekelijks, 26e jaargang, nr. 165 augustus - september 2008


België is een paaldorp (door Jan Jambon) (deel 1/2)

Met dit beeld, België is een paaldorp, schetste ik vaak tijdens interviews en debatten het uitgangspunt van mijn overtuiging dat de weg van de staatshervormingen de kortste weg is naar de ontmanteling van België. Bij elke staatshervorming worden er palen onder het dorp uitgehaald zodat het paaldorp vroeg of laat aan het wankelen gaat om dan onomkeerbaar te verdwijnen. Daarbij was, en is, het mijn overtuiging dat we heel dicht genaderd zijn bij de cruciale palen die het dorp nog staande houden. Meer concreet wil dit zeggen dat een overheveling van de fiscaliteit en de sociale zekerheid naar de deelstaten het einddoel wel erg dichtbij brengt.

Naast deze strategisch-tactische opstelling is er ook nog een meer pragmatische overweging. Op sociaal-economisch vlak staat Vlaanderen voor enorme uitdagingen. Niet alleen de verslechterende economische conjunctuur, waaronder heel West-Europa en Noord-Amerika gebukt gaan, maar ook de fenomenale uitdaging van de vergrijzing die op Vlaanderen afstevent, noodzaken dat wij snel de hefbomen in handen krijgen om deze problemen het hoofd te bieden. Sta me toe dit met één cijfervergelijking te staven. Vandaag zijn er voor é,én oudere (65+) drie actieven om de pensioenlasten op te brengen. Dit cijfer is nagenoeg gelijk voor Vlaanderen en Wallonië. In 2050 zullen in Vlaanderen minder dan twee actieven moeten instaan voor diezelfde pensioenlasten. Wallonië zal pas in 2067 dezelfde verhouding kennen. Of anders gezegd: het probleem van de vergrijzing komt in Wallonië vijftien jaar later dan in Vlaanderen. Al vanaf 2011 begint dit verschil, in het nadeel van Vlaanderen, zich te manifesteren. Om aan deze uitdaging het hoofd te kunnen bieden is het essentieel dat wij zo snel mogelijk de volle bevoegdheid krijgen over werkgelegenheidsbeleid, gezondheidsbeleid én fiscaliteit.

Vanuit deze afwegingen en met een stevig mandaat van de Vlaamse kiezer, getuige de klinkende verkiezingsoverwining van het kartel, trokken we naar de onderhandelingstafel, vastbesloten om concrete resultaten te boeken. Het bestek van deze bijdrage is natuurlijk veel te beperkt om uiteen te zetten wat er zich aan die onderhandelingstafel(s) afspeelde. Daarvoor verwijs ik naar het boek 'De 16 is van u' van de Standaard-redactie. De lezer krijgt er een zeer goed beeld van het verloop van die onderhandelingen. Tot onze grote ergernis moesten we vaststellen dat de Franstaligen op geen enkel moment bereid waren tot een ernstig gesprek over een doortastende staatshervorming. Buiten wat gepruts in de marge werd op geen enkel belangrijk domein vooruitgang geboekt. Het paradoxale van hun opstelling van de Franstaligen is dat zij die het grootste belang hebben bij het voortbestaan van België (de Franstaligen) door hun weigering een ernstige staatshervorming onder ogen te nemen de roep naar onafhankelijkheid in Vlaanderen exponentieel deden toenemen.

De mechanismen van dit land, die systematisch in het voordeel van de Franstaligen werken, worden hiermee blootgelegd. Sta me toe hiervan enkele voorbeelden te geven:

de wetgever geeft de deelstaten de mogelijkheid een belangenconflict ... (deel 2)