Toespraak Jan Jambon in de Kamer over Verdrag van Lissabon (wo. 9 april 2008) (2)
terug (deel 1) ....
Onze partij vindt het dan ook positief dat in het Verdrag van Lissabon de volgende punten werden opgenomen:
1. het respect voor de nationale identiteit, de interne bevoegdheidsverdeling en de territoriale organisatie van de lidstaten, met inbegrip van het respect voor lokaal en regionaal zelfbestuur;
2. de bevordering van territoriale samenhang als een van de doelstellingen van de Unie en de eerbied voor de verscheidenheid van taal en cultuur als een van haar centrale uitgangspunten;
3. de versterking van de werking van het Comité van de Regio's. De adviesbevoegdheid van het comité wordt uitgebreid en het comité krijgt rechtstoegang tot het Hof van Justitie om zijn voorrechten te verdedigen. Regionale belangen zullen hierdoor binnen de Unie meer aandacht krijgen. Deze ontwikkeling is van belang om ook als regio een eigen stem te hebben in Europa op het moment dat verschillende standpunten aan de Europese onderhandelingstafel aan bod komen. Tegelijkertijd kan het Comité van de Regio's niet het échte alternatief zijn voor die Europese regio's die ijveren voor meer zelfstandigheid om zo op termijn als zelfstandige lidstaten hun rechtmatige plaats te kunnen innemen in Europa;
4. de versterking van de rol van de nationale parlementen in de Unie, onder meer via de versterking van het subsidiariteitsbeginsel. Dit is zonder meer een positieve zaak. Specifiek voor België is het belangrijk dat de notie van nationale parlementen ook de parlementaire vergaderingen van de gemeenschappen en gewesten dekt, wanneer de Unie ten minste optreedt in domeinen die onder hun bevoegdheden vallen. De adviezen van de Raad van State moeten in dat verband zeker opgevolgd worden. Ik kom daar later op terug;
5. de verwerving voor de Europese Unie van een enkelvoudige rechtspersoonlijkheid. De formele en ingewikkelde pijlerstructuur die door het Verdrag van Maastricht in het leven was geroepen, houdt op te bestaan;
6. de beperking van het aantal Eurocommissarissen: dit komt eveneens de besluitvorming ten goede. Diversiteit in de Europese Unie is belangrijk, maar de organisatie moet werkzaam blijven, en deze beslissing is dan ook een stap vooruit. Wat betreft de toekomstige rotatie van Eurocommissarissen moeten er mijns inziens afspraken worden gemaakt in het kader van de Benelux. Hopelijk zal men in dat kader in staat zijn een eenstemmig standpunt in te nemen;
7. de uitbreiding van het aantal gebieden dat in aanmerking komt voor een gekwalificeerde meerderheid en de aanpassing van het systeem van gekwalificeerde meerderheidsstemming;
8. de vereenvoudiging van het huidige systeem van de bestaande wetgevingsprocedures. De medebeslissingsprocedure wordt de algemene regel. Op die manier wordt de wetgevende rol van het Europees Parlement flink versterkt: op enkele uitzonderingen na dienen alle Europese wetgevende akten door de Raad én het Parlement goedgekeurd worden. Ook op begrotingsvlak verwerft het Parlement volledige inspraak;
9. de verankering van de Unie als een gemeenschap van waarden. Het Handvest van de Grondrechten wordt dezelfde rechtskracht toebedeeld als de bestaande Verdragen. Mensenrechten verwerven zodoende een centrale plek in het Europese integratieproces.
Ik heb mij bewust beperkt tot een aantal punten in mijn opsomming, maar het moge duidelijk zijn: op het vlak van waarden, bevoegdheden en besluitvorming zet de Europese Unie grote stappen vooruit. De institutionele en procedurele hervormingen zullen op termijn de efficiëntie van de besluitvorming ten goede komen.
Onze conclusie is ... (deel 3)
|